Om de jongeren zo goed mogelijk van dienst te zijn, heeft Streetcornerwork een methodiek ontwikkeld die toepasbaar is op de brede doelgroep van het veldwerk. Deze heeft als basis de presentiebenadering van Baart (2001)[1]. Deze benadering gaat uit van er-voor-mensen-zijn, van de-leefomgeving-van-mensen-van-binnenuit-kennen, van zien-en-(mee)beleven-wat-er-speelt en wat er voor-de-mensen-op-het-spel-staat (Baart, 2001).

Door de jaren heen zijn we onze methodiek blijven toetsen en blijven bijschaven om deze zo goed mogelijk toepasbaar te maken en te houden.  De methodiek bestaat uit vier pijlers die één doel nastreven: het vertrouwen winnen van de jongere(n) en zijn (hun) zelfvertrouwen vergroten. Vanuit een vertrouwensband kan (intensieve) begeleiding plaatsvinden die de kracht en talenten van de jongere (en zijn netwerk) belicht en hem of haar motiveert zelf zijn problemen op te pakken. Het zelf aanpakken en oplossen van problemen vergroot het zelfvertrouwen en daarmee de zelfredzaamheid van de jongere.

Hier volgt een overzicht van de vier pijlers van Streetcornerwork:

1. Outreachend werken (er-op-af)
We zoeken de jongere op in zijn eigen omgeving en zijn vasthoudend in onze aanpak. Wij stappen actief op de jongeren af en bieden hen de ondersteuning die ze nodig hebben om hun problemen aan te pakken. Jongeren die niet meteen overtuigd zijn om deel te nemen, geven we de tijd om na te denken, maar we zullen niet snel loslaten.

Bij meiden vindt de contactlegging – anders dan bij jongens – niet zozeer op straat plaats, maar verlopen de eerste contacten veel meer via informele netwerken, via andere meiden of vriendinnengroepen en via sociale media. Tijdens die contacten bouwt de meidenwerkster aan een basis van vertrouwen en krijgt zij inzicht in vragen en problemen van de meiden en jonge vrouwen.

2. Laagdrempelig werken
Om de doelgroep vast te houden is een laagdrempelige manier van werken noodzakelijk. We zoeken ze op die plekken waar zij zich ophouden (op straat, snackbar op een pleintje). Ook kunnen ze dagelijks terecht op onze kantoorlocatie, ook als er geen afspraak staat gepland. De problemen van jongeren vormen het startpunt van interventies. Aan praktische en haalbare oplossingen wordt – altijd samen met de jongere – gewerkt met oog voor zowel de belangen van de jongere als voor de belangen van de omgeving/samenleving.

3. Present zijn
Voor een jongere is onze veldwerker  een stabiele factor. Hij gaat mee naar belangrijke afspraken, is er als er vragen zijn, en onderhoudt contact met het netwerk. Het tonen van oprechte interesse speelt een grote rol en creëert vertrouwen bij de doelgroep. Onze veldwerkers zijn uiteraard op de hoogte van belangrijke ontwikkelingen die buiten hun gezichtsveld plaatsvinden.

4. Eigen kracht
De veldwerker richt zich op het zelfredzaam maken van de jongeren. Er wordt dan ook uitgegaan van de eigen kracht van een specifieke jongere (en zijn netwerk). Hij of zij wordt gestimuleerd zelf actie te ondernemen. Het slagen hiervan creëert het zelfvertrouwen dat nodig is om de stijgende lijn voort te zetten. Ook wordt de jongere gestimuleerd te zoeken naar wat zijn of haar talenten zijn. Deze talenten moeten worden gestimuleerd. Deze stimulans draagt bij aan de verdere ontwikkeling van eigenwaarde en zelfvertrouwen. Hierbij wordt tevens onderzocht op welke wijze de sociale omgeving van de jongere in de toekomst hieraan een bijdrage kan leveren en ondersteuning.

[1] Een theorie van de Presentie. Baart, A. Uitgeverij Lemma, Utrecht (2001)

Button Glossy Sterk op Straat